Ik droeg pijn
zonder naam,
zonder richting,
jarenlang een last
die ik niet kon verklaren.
Ik leerde ermee leven,
leerde mezelf te overtuigen
dat comfort hetzelfde was
als verduren.
Dat blijven staan
hetzelfde was als helen.
Vroeger
leerde ik mijn vreugde te temperen,
mijn boosheid te slikken,
mijn pijn stil te houden
alsof voelen
iets was om te verbergen.
Dus liet ik het in mijn huid schrijven:
vind rust in pijn
niet omdat het zacht was,
maar omdat ik niet wist
dat het anders kon.
En toen
werd ik stil genoeg
om te voelen.
Niet harder,
maar dieper.
Ik ontmoette mezelf
achter de pijn,
achter het verhaal,
achter alles wat ik had vastgehouden
omdat ik dacht dat het moest.
In aanraking
met energie,
met herinnering,
met waarheid
begon iets te verschuiven.
De pijn sprak.
En ik luisterde.
En ergens onderweg
voelde ik het:
ik ben veilig nu
om los te laten.
De ruimte die ontstaat
hoef ik niet leeg te laten
ik mag haar vullen
met wat mij werkelijk dient.
Ik vond compassie
waar ik strijd verwachtte.
Liefde
waar ik leegte kende.
Licht
waar ik dacht dat alleen schaduw was.
Nu weet ik:
de pijn was nooit mijn vijand.
Ze was een boodschapper
die ik eindelijk durfde te horen.
Wat ooit bleef
omdat ik dacht dat ik moest verdragen,
mag nu bewegen,
verzachten,
transformeren.
Deze huid draagt niet langer alleen
wat mij brak
maar wat mij wakker maakte.





