Vroeger sloegen hun handen harder dan ze bedoelden,
woorden sneden diep, lieten littekens in mijn stilte.
Ik leerde buigen, verdwijnen,
overleven in de echo van hun stem,
met een hart dat hunkerde naar zachtheid.

De geschiedenis klopt soms onverwacht terug,
in blikken, in tonen, in hoe mensen mij raken.
Ik reageer nu anders,
maar de oude pijn tintelt nog steeds,
een geheime wond onder mijn huid
die fluistert: vergeet niet, voel.

Familie… soms spiegel, soms steek.
En toch ontdek ik langzaam wie ik wil zijn:
tussen schaduwen en licht,
met handen die helen in plaats van breken,
een stem die luistert en spreekt,
een hart dat blijft geloven,
een zelf dat sterker is geworden
dan ooit iemand had gedacht,
vrijer van de schaduwen die mij vroeger hielden,
levend, kwetsbaar, en vol eigen kracht.